Dam tot Damloop 2017

Wat was ik toch zenuwachtig op de dag voor de Dam tor Damloop. Alsof ik er ook maar iets mee kon veranderen. Hoezo moest ik dan nerveus worden? Toch was dat niet helemaal verwonderlijk. Maanden geleden was ik me met een nog herstellende knieblessure aan het voorbereiden op de tien Engelse Mijl. Het ging aardig, hoewel ik me regelmatig afvroeg of dat niet te hoog gegrepen was. Niet omdat ik dacht dat ik het niet zou kunnen, maar omdat ik bang was dat ik weer geblesseerd zou raken. Gaandeweg ging het steeds beter; tijdens mijn trainingen kon ik de afstanden steeds wat langer maken en liep ik meestal zonder pijn.



Drie weken voor het evenement werd ik tijdens mijn vakantie verkouden. Een week later lag ik door de griep gevloerd thuis. Dat terwijl ik zo lekker bezig was geweest. Grote twijfel ontstond ineens weer. Nog maar een weekje en ik was nog bezig te herstellen. Verre van topfit dus. Was het dan wel verstandig om mee te doen? “Dat laat je toch niet aan je voorbijgaan?” was het woord van vriend en medeloper Bart. Daar zat wat in natuurlijk. Ik praatte hem al die maanden al de oren van het hoofd over de Dam tot Damloop. Daarnaast had ik me conditioneel en mentaal heel goed voorbereid. Maar wat als ik nog erger ziek zou worden of het gewoon niet zou gaan redden? Vorig jaar liep ik de halve marathon namelijk nog met een halve griep. Hoe ik me er toen doorheen heb gevochten, dat maak ik niet graag nog een keer mee!

Toen ik thuis zat met de griep stelde ik mij voor dat ik mijn startnummer dan maar zou weggeven omdat ik het toch niet aandurfde. Ik zou het gewoon aan Bart geven, omdat hij door al mijn gepraat over de Dam tot Damloop wel een beetje spijt had gekregen dat hij zelf geen startnummer had. Dan zou ik hem bij de start wel komen aanmoedigen met mijn nog half verkouden hoofd. Ja hoor, hoe denk je dat ik me dan zou voelen? Ik voelde aankomen dat ik dan huilend bij de start zou achterblijven. Nee, dat liet ik mij niet gebeuren. Jammer dan, Bart, maar hoe dan ook zou ik gaan. Desnoods in een nóg wat lager tempo dan ik eigenlijk al van plan was te doen.

Op de grote dag fietste ik heel rustig richting het Centraal Station waar ik had afgesproken  met mijn Dam tot Damvriendinnetje van 2015, Deborah. Meteen had ik het in de gaten. Mijn ogen prikten en mijn neus begon te lopen. Ik voelde me weer net als in mijn vakantie toen de verkoudheid begonnen was. Het zou toch niet weer beginnen, ging even door me heen. Die gedachte drukte ik weg. Gewoon alles ondergaan, was wat ik mezelf steeds inpraatte.

Eén van de fijne dingen van de Dam tot Damloop is dat je een tas met droge kleren kan afgeven die naar de finish in Zaandam voor je wordt klaargezet. Heel prettig, vooral omdat ik wist dat ik me na het lopen vrij snel koud en nat zou voelen. Iets wat ik absoluut wilde vermijden. Bij de tassenafgifte waar ik met Deborah had afgesproken, was het al heel druk. Samen met Deborah en een vriendin van haar liep ik naar het startvak. Het was zonnig en best al warm, wat vooraf helemaal niet voorspeld was. Ik was blij dat ik me niet heel warm had aangekleed, anders kun je je voelen alsof je uit elkaar barst. De sfeer was heel vrolijk en gezellig. Ineens was ik helemaal niet zenuwachtig meer. Wel besloot ik het begin van de loop heel rustig op te bouwen.

Het eerste stuk in de IJtunnel liepen de meeste lopers me voorbij. ‘Krachten sparen, krachten sparen’ zei ik steeds tegen mezelf. Ik wist dat als ik aan het begin rustig aan zou doen, ik de meeste kans maakte om aan het einde genoeg energie over te hebben voor een vrolijk einde en wellicht wat meer tempo. Dat blijkt toch vaak de grootste uitdaging, omdat vooral aan het begin al die lopers zo hard lijken te gaan en je dan niet achter wilt blijven.

Al snel nadat ik door de IJtunnel heen was merkte ik dat het publiek dat langs de kant stond mij irriteerde. Dat vond ik best wel naar, want juist het publiek is hetgeen je erdoorheen kan slepen. Dat startnummer waar je naam op staat doet het hem. Mensen langs de kant lezen dat. Sommigen roepen dan bijvoorbeeld ‘kom op Japke!’. Dat is natuurlijk fijn, alleen was iedere prikkel mij over een groot deel van het parcours te veel. Vooral die schattige kleine kindertjes die aan de kant handjeklap met de lopers wilden doen vond ik irritant. Wat heb je daar nou voor last van denk je misschien. Ik snapte het zelf ook niet helemaal. Misschien was het omdat die kinderen mijn moederhart ergens raakten maar ik dat door de prikkende ogen en lopende neus niet kon toelaten. Ik had mijn energie nodig om me op mijzelf te concentreren.

Uiteindelijk viel het me toch ontzettend mee. Tijdens het lopen zag ik op mijn horloge dat mijn tempo vrij constant rond de zeven en een halve minuut per kilometer was. Ik hoop de Dam tot Damloop nog eens binnen de twee uur uit te kunnen lopen maar wist dat het voor deze keer wel erg veel gevraagd was. Toen ik rond de twaalf of dertien kilometer had afgelegd had ik enige tijd het gevoel dat mijn kuiten weer pijn zouden gaan doen, net als vorig jaar tijdens de halve marathon in Amsterdam. Gelukkig voelde ik na heel rustig lopen die kuiten na enige minuten niet meer en kon ik me na het veertien kilometerbord verheugen op de finish die nog slechts een kwartiertje ver was. Daar bijna aangekomen stond Bart aan de kant te roepen en toen kon ik door alle blijheid die vrijkwam hem wél handjeklap geven!

Wanneer ik met tevredenheid op een loop kan terugkijken zoals bij de Dam tot Damloop 2017, dan krijg ik zin in meer. Zo ben ik deze week alweer vijf keer een rondje wezen lopen en schreef ik me in voor de Zeven Heuvelenloop in november. Is dat niet wat al te veel? Ik weet dat mijn valkuil zit in het te snel (willen) lopen dus nee, te veel wordt het alleen als ik daarbij mijn tempo niet in de gaten houd…

Author: Japke

Mijn naam is Japke en ik woon met mijn gezin in onze mooie hoofdstad. Hoewel Japke een Friese naam is, ben ik niet vanuit Friesland naar Amsterdam verhuisd zoals mensen soms denken. Ik ben een échte Amsterdammer, en dat al meer dan 50 jaar! Friese roots die heb ik wel. Mijn grootouders van vaderskant kwamen namelijk aan het begin van de vorige eeuw vanuit Friesland naar Amsterdam. Mijn opa vestigde zich als fietsenmaker aan de Overtoom. Daar is mijn vader geboren. Ook ik zag het levenslicht aan de Overtoom, hoe Amsterdams is dat? Tegenwoordig woon ik met mijn gezin in Amsterdam West, niet heel ver van de Overtoom en het Vondelpark. Marokko, het vaderland van mijn partner, is al vele jaren mijn tweede thuisland. Al een hele tijd heb ik een passie voor schrijven. Op aanraden van een collega ben ik begonnen met bloggen. Ik begon met verschillende blogs, onder andere over eten, het leven in een mengcultuur, Marokko, hardlopen en de persoonlijke visie op mijn omgeving. Deze blogs heb ik samengevoegd tot één blog: Japke schrijft. Ik ben altijd in voor nieuwe ideeën. Mensen met wie ik een praatje maak of die mij benaderen hebben me geïnspireerd tot het schrijven van artikelen op mijn blog. Heb je vragen of suggesties? Aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. Op dit moment kan dat nog via contact@japkebeleeft.amsterdam, het adres dat hoort bij mijn oude domein japkebeleeft.amsterdam. In de loop van 2017 zal dat domein worden opgeheven. Vanaf dat moment zullen er nieuwe contactgegevens op deze website worden weergegeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *